Background-image

Het slotstuk; pholoh en tango

Rosario is een stad die enorm in opkomst is. Dit betekent in dit land dat letterlijk bovenop alle prachtig mooie “Parisian-style” gebouwen absurd lelijke flats worden gebouwd. Alles tot 3 hoog heeft een europese uitstraling, alles daarboven (tot gemiddeld 10 verdiepingen hoog) is beton, goedkoop en bij oplevering al aftans. Wij verblijven op 12 hoog en steken dus boven de reast uit. Dat merken we wanneer we ’s nachts één van de beruchte stormen over ons hoofd heen krijgen. Door de slagregens horen we bijna het nabij uitgebroken inbraakalarm niet meer, dat toch zeker een uur probeert ons uit de slaap te houden.  Gelukkig blijkt ons 1,40 brede bed zelfs ons drieen te kunnen herbergen en tegen de ochtend hebben we allemaal “wat” slaap gehad. We bekijken een dag de stad, gooien per ongeluk een fles Chateau Marianne rode wijn kapot op de tegelvloer van het appartement en slapen de tweede nacht wat beter.

Op naar weer een paardenadres. Voordat we onze laatste halte Buenos Aires aandoen, willen we nog een keer op de knol. Het liefst op een boerderij, waar we achter de kuddes koeien of schapen aan kunnen. Geen duffe drafjes in de paardenpolonaise, maar het echte gauchos-werk. Marianne is hierin iets terughoudender, maar gunt Isa haar plezier en mij mijn overmoed. We hebben wat afgezocht en gemaild om een werkende boerderij te vinden, dit blijkt moeilijker dan gehoopt. Tussen de adressen vinden we wel estancia La Sofia, precies halverwege tussen Rosario en Buenos Aires. De plaatjes zien er prachtig uit, er is zelfs een poloveld (?) aanwezig. En maar 2,5 uur rijden.... dachten we. De gps coordinaten en telefonische route aanwijzingen van de Duitse eigenaresse bleken ons nog een extra 2 uur op te leveren, maar uiteindelijk landen we op een prachtig landgoed, gerund door Argentijnse polo-trainer Marcos en zijn vrouw Silke.

Full-board, dus de hele dag happies, thee, koekjes en vooral veel vlees. Tussendoor mogen we paardrijden door de velden. Niet achter het vee aan, wel achter elkaar. Isa en ik kunnen ons slecht inhouden en laten de paarden al snel in galop over het veld stuiven. Achter ons horen we regelmatig een “Ho jongens, mijn paard gaat ook meeeeehhh” van Marianne. Gelukkig weet de zwijgzame stalknecht het paard van Marianne redelijk in stapstand te houden, waardoor ieder op zijn eigen tempo geniet van de rit.

De volgende dag krijgen we zowaar een pholoh-les aangeboden. In vol ornaat (polohelm, beenkappen en polostick) krijgen we van marcos en basis van het spelletje uitgelegd. En dan maar oefenen. Met je paard in (liefst volle) vaart een beetje naast  je zadel hangen en de bal zo zwaaien dat je in de swing niet je paard knock-out slaat. Best lastig. Voor Isa is de stick te zwaar, ze gallopeert overal met veel plezier tussendoor. Wat een leuk spelletje. De paarden sprinten, stoppen en draaien met ongekende precisie en wij slaan na een tijdje redelijk raak. Soms. Met enige spierpijn in de benen stappen we na een uur af. Na ’s middags nog een rit door de velden gemaakt te hebben weten we het zeker, paardrijden is leuk.

Na twee dagen is het dan toch echt tijd oor onze laatste reisbestemming voor de terugreis, Buenos Aires. Na nog een polotoenooi bezocht te hebben waar Silke moest spelen (we kregen van haar de zelfde kwaliteit routebeschrijving, dus weer een uur zoeken), rijden we deze wereldstad binnen. We hebben een leuk appartementje gevonden in de wijk Palermo Soho via onze franse buren op Paaseiland. Als ik de auto parkeer gaat er iets van weemoed door me heen, de laatste zelf gereden meters van onze reis. We hebben tot nu toe vijfenvijftig duizend kilometer gereisd (niet allemaal met de auto en zeker niet allemaal met mij achter het stuur), maar de auto-(st)uurtjes waren me dierbaar. Maar, niet getreurd, nog veel te vroeg voor bespiegelingen We hebben tien dagen Buenos Aires voor de boeg en gaan daar van genieten.

Deze stad bruist. We zitten midden in het hip-and-happening deel van de stad, barstensvol met kledingwinkeltjes, eettentjes, parkjes en pleintjes. Veel jong en hip volk op de been, we blenden naadloos in. Mensen die engels spreken, geen siesta die driekwart van de dag duurt en we worden zelfs niet eens nagestaard op straat. Allemaal weer nieuwe indrukken.

We bezoeken San Telmo, waar op Plaza Dorego tussen de kraampjes met antiek mensen de tango dansen. Overal klinkt de bandoneon. Mooi volk. Teatro Colon, het grootste in Italiaanse stijl gebouwde muziektheater ter wereld, is indrukwekkend (al haalt deze operabak het niet bij het Operahouse van Sydney). Ons voornemen om naar een wedstrijd van Boca Juniors te gaan laten we varen, de wijk la Boca is te gevaarlijk als er ook nog de adrenaline van het Fusbal bij komt, en er schijnt enorm met de kaartjes gerotzooit te worden. Zowiezo is het hier opletten of je niet belazerd wordt, de meeste taxichauffeurs hebben een stapel valse biljetten om je als wisselgeld mee de taxi uit te sturen. Biljetten van 100 pesos (zo’n 17,50 euro) uit de pinautomaten moeten we dus continu in supermarkten stukslaan voor kleinere coupures. Opmerkelijk is dat veel winkels, inclusief de Starbucks om de hoek, moeilijk doen bij het wisselen van briefjes van 100 pesos, omdat ze bang zijn voor vervalsingen en vaak gewoon te weinig wisselgeld in de kassa hebben (nogmaals, 100 pesos is slechts 17,50 euro). Maar dan zitten we hier ook in een stad waar zelfs de babykledingwinkel en de winkel voor diervoer gewapende bewakers voor de pui hebben staan en waar veel winkeltjes de deur op slot hebben uit angst voor overvallen. We merken verder weinig van de criminele reputatie van Buenos Aires, blijkbaar werken alle voorzorgsmaatregelen.

We dwalen rond over het indrukwekkende cementario de Recoletta, waar de groot- en deftighheden van Argentinie begraven liggen. We zien moderne kunst in het Malba museum, sluiten aan bij de stroom toeristen  in la Boca en eten aan de rivier in Puerte Madero. We zien verwaarloosde hokken in de dierentuin en brengen onze garderobes weer enigszins op orde (na acht maanden reizen zat er niet veel sjeuigs meer in de koffers). En vooral bereiden we ons per dag meer voor op de reis terug. We missen onze hond meer dan in alle maanden er voor en kijken uit naar het weerzien met familie en vrienden. Isa telt de dagen af op haar hand. Reizen is het mooiste tijdsverdrijf dat er is en er is altijd wel weer een nieuwe horizon die lonkt. Maar om met Marianne d’r woorden te eindigen; “ het is goed zo, de rugzak zit vol.”

Op huus an.

 

maandag, 30 april 2012
Malabia 1637
Buenos Aires
Argentinië

Wil je reageren op een reisverslag? gebruik hiervoor het prikbord.