Background-image

Ia Orana, Maeva a Moorea

Op 22 februari komen we aan op Papeete, de hoofdstad van Tahiti, dat behoort tot de Society Islands. Na ruim 6 maanden is het bij ons weer vroeger dan in Nederland. Vijf uur vliegen van Nieuw Zeeland, lopen we ineens een halve dag achter. We komen vroeger aan dan we zijn vertrokken, door het passeren van de datumgrens hebben we de rest van ons leven nu dus één dag extra. Da’s een mooi cadeau.

Ook enigszins raar is het dat we maandenlang rechts onderaan de wereldkaart hebben gehangen, terwijl we nu na een vlucht van nog geen vijf uur helemaal links onderin vertoeven. Jaha, we weten dat de aarde rond is en dat die twee bladzijden van de atlas eigenlijk aan elkaar geplakt horen te zijn, maar toch. Nog gekker wordt het als je op Google Earth Tahiti of Moorea intikt, en dan vervolgens uitzoomt. Je ziet dan niets anders dan water, we zitten ver zwemmen van de rest van de wereld.

We zijn toe aan rust. Aan 0.5 kilometer per dag rust. Aan zitten waar je zit en daar om 10 minuten over 10 ’s morgens nog zitten rust. En om 5 uur nog steeds zitten waar  je zit rust. Aan spelen met je knuffels en je Polly Pockets en je vliegtuigsokken rust. Reismoeheid, het bestaat.

Nieuw Zeeland was fantastich. Groots, indrukwekkend, maar ook groter en met meer mooie plekken dan we hadden voorzien. We hebben ons best gedaan, 5.250 kilometer in vijf weken.  Hierdoor hebben we de meeste highlights wel kunnen afvinken, maar achteraf soms wel een beetje als een stel Japanners. Op een paar prachtige utzonderingen na heeft het weer niet echt meegeholpen, waardoor ons campertje – zeker na al zo’n 6 maanden reizen – toch beperkte levensruimte bood. We hebben tot de laatste minuut genoten, maar even pas op de plaats is een vooruitzicht waar we naar uitzien. Laten we daar nu het ideale eiland voor hebben uitgekozen.

We blijven twee dagen in Papeete, Tahiti. Een niet al te enerverende havenstad met veel achterstallig onderhoud in eigenlijk alles. Wel heel erg leuk zijn de roulottes, kleine caravans waarin gekookt wordt. Op het plein aan de kade staan er een stuk of tien met ieder zijn eigen specialiteit. Plastic tuinsetjes erbij, een fles water op tafel en smullen maar van het meest verse stuk tonijn dat ik ooit heb geproefd. Op onze drie borden ligt verder nog slappe patat voor een mannetje of 15, we kunnen ons geluk niet op. Na dit culinaire hoogtepunt nemen we de volgende dag Ameriti V ferry naar Moorea, het paradijselijke kleine zusje van Papeete. Hier landen we in een klein appartementje aan een grasveldje aan een weggetje aan een te verwaarlozen (en verwaarloosd) strandje. Helemaal goed. Twee weken rust, huiswerk en genieten van het mooie eiland.

We komen er al snel achter dat de beloofde 10 minuten wandeling naar het dorpje toch iets langer is, zeker met zo’n 35 graden. Dan toch maar een autootje huren. Net als bij ons appartementje, is het ook hier erg goed onerhandelen over de prijs. Moorea heeft zijn economische voorspoed enigszins verloren, wat goed merkbaar is. Mensen zijn al blij als ze uberhaupt wat handel doen, dus bieden ze heel veel voor weinig. Nu we wat mobieler zijn, kunnen we op zoek naar de mooie plekjes van dit eiland.  We komen er al snel achter dat dit de plekken zijn waar de grote hotelketens hun palen in het water hebben geslagen. Dit noopt tot wat creativiteit en vooral brutaliteit,  maar we ontwikkelen ons al snel tot volleerde resort crashers. Prima combinatie, slapen voor een prikkie, een auto die bijna wordt weggegeven maar toch vijfsterren de dag doorbrengen. De Intercontinental, Hilton en Sofitel Resorts kennen voor ons geen geheimen meer, we negeren zelfs de afkeurende blikken van overige gasten, omdat wij de enigen zijn zonder hotelhandoeken (hiermee gebrandmerkt als buitenstaander). We weten telkens weer onder het dagpas-beleid (50 – 75 euro per persoon, incl. lunch) uit te komen en lachen ons een bult als we na een paar uur met de boodschappen uit de supermarkt weer naar ons appartementje hobbelen. Waar we worden opgewacht door een zich continu door het huisje heen verplaatsend leger mieren, een nimmer aflatende zwerm muggen en een onvoorstelbare hitte omdat we tussen de bomen zitten en hierdoor geen wind pakken. Dat dan weer wel.

Het huiswerk van Isa gaat nog steeds heel erg goed. Ze is geconsentreerd, vindt alles interesant en leuk en mort (bijna) niet als we in de hitte eerst schoolwerk doen voordat we het water opzoeken. Ze heeft haar eerste boek in het Engels al uit en vraagt nu aan ons hoe ze dingen in het Frans moet zeggen. De rust zorgt soms ook voor wat meer besef van tijd en afstand, waardoor de heimwee wat nadrukkelijker zijn weg vindt dan tot nu toe. We accepteren het, praten er over en zien wel of dit blijft of niet.  Gelukkig zijn het tot nu toe vlagen, maar we houden het in de gaten.

Marianne heeft al voor de reis het voornemen om op Frans Polynesie een tatoage te laten zetten. Het is hier de bakermat van de tattoo, zelfs het woord komt van ta-ta, het geluid dat het stokje maakt waarmee ze op de tatoeernaald tikken. Ta-ta. Nou is dit stokje in de hele wereld vervangen door electrische tatoeer apparatuur, behalve bij één tatoeerder op Moorea. Je voelt ‘m aankomen. Op een mooie bloedhete ochtend staan we met z’n drieen in het hutje van James. Hij heeft twee dagen lang lopen slijpen aan een stuk slagtand van een wild zwijn om hier een instrument met vier vlijmscherpe puntjes van de maken.  Als een echte artiest tekent hij in zeer grove lijnen een opzet van de tattoo op de schouder van Marianne. “Zo ongeveer, ofzo”, zie je hem denken. Na een akkoord van Marianne op dit basisbeginsel, mag ze plaatsnemen op een bedje, waar de broer van James de schouderhuid strak trekt. Na een paar instructies hoor ik het ta-ta en zie ik Marianne een inschatting maken van het niveau van de pijn. Het valt (dan nog) mee. Isa en ik wachten op het strand, terwijl we onder een stel bomen schoolwerk doen. Twee uur later staat het Polynesische symbool voor “familie” met zwarte inkt in de schouder van Marianne geta-taat. Wat een held en een prachtig resultaat. De slagtand gaat mee als relikwie.

Lise, de dame van het appartement, heeft een boottrip door de lagune voor ons geregeld.  Met een compleet getatoeerde Mooreaan scheren we over het azuurblauwe water in zijn bemotorde kano. Na een uur gooit hij zijn anker uit en springt overboord met een emmertje visresten. Direct zweven er vijf enorm grote mantaroggen om hem heen. We mogen er in! Isa en ik (Marianne heeft een sluimerende oorontsteking dus kiest er voor in de boot te blijven) zetten de duikbrillen op en plonsen het water in. Direct kruipt er een full-size rog tegen mijn borst omhoog. Stelleje beedelaars. Isa moet wat wennen aan de grootte van deze beesten en de aanwezigheid van vooral de pijlstaarten van de roggen. Blijkbaar kan je door een snorkelpijpje heel hard gillen, de roggen hebben ongetwijfeld dit signaal begrepen. Door de visresten in het water komen er al snel twaalf rifhaaien om ons heen, wat het feest compleet maakt. Wat een mooie ervaring.

Iedere dag als we terug komen van het strand, wachten de nieuwe viendjes van Isa haar op. Een hondepup Tiki en een klein zwart katje, net uit het nest en desperaat op zoek naar aandacht en eten. Isa, die later dierendokter wil worden, ontfermt zich over dit kleine grut en is druk met het spelen met de hond, het in slaap wiegen van de kat en het zorgen dat de één de ander niet stukbijt. Mijn roepen dat er “dus geen beesten in vliegtuigen worden meegenomen” worden in toenemende mate genegeerd, zeker als ik ook Marianne nog met een bij de supermarkt gekocht etensbakje met in melk geweekt brood voorbij zie komen. Volgens mij moeten we hier weg. Naast de blaffende en miauwende aandachtvragers, hebben we in ons appartementje steeds meer last van mieren en hele etterige mugjes. Schoonmaken helpt niet, hele legers verplaatsen zich door het huisje. De meiden zitten onder de bulten en krabben zich een ongeluk. De toiletbril is kapot, het licht in de badkamer doet ’t niet meer, op één van de eettafelstoelen kan je alleen nog maar op de linkerkant zitten om er niet doorheen te zakken en binnen is het tegen de veertig graden. Als ik hoor dat er bij de resorts waar we crashen, zoiets bestaat als een tarief voor de lokale bevolking (20% van de normale prijs), voel ik me ineens heel Polynesisch en ritsel in een prachtig resort een hut op palen boven het water. Te gek!!!

Koffers zijn heel snel gepakt en de volgende dag zitten we prinsheerlijk bovenop het koraal (in de vloer zit zelfs  een kijkgat waar doorheen we kunnen zwaaien naar de vissen en zeeegels). Vier dagen heerlijk genieten, en laat het nou ook nog eens mijn verjaardag zijn. Wat je noemt een once in a lifetime lokatie om dit te vieren. We laten ons vier dagen heerlijk vertroetelen, toezingen door hoelahoeprokjes meisjes en snorkelen wat af rondom ons huisje.

Mijn verjaardag is er één om nooit meer te vergeten, mooie cadeaus, feestmutsen, toeters en slingers door onze hut. De gepersonaliseerde feesttaart en een massage in de spa maken het helemaal af. Hoeveel geluk kan een mens aan.

In de nacht van 12 op 13 maart vliegen we door naar weer een volgende bijzondere bestemming, Paaseiland. Officieel het meest geisoleerde bewoonde eiland ter wereld en onderdeel van Chili. Hier begint onze laatste etappe, van Chili naar Argentinie. We hebben er zin in.

 

maandag, 12 maart 2012
Maharepa
Maharepa
Frans Polynesië

Wil je reageren op een reisverslag? gebruik hiervoor het prikbord.