Background-image

Rapa Nui

De Paaseilander is een beetje raar. Da’s niet zo gek, als je bedenkt dat hij/zij het verste van iedere vorm van beschaving afwoont ter wereld. Het schijnt dat er ergens vijftig dappere zielen nog verder van de rest van onze wereld afwonen, maar als we deze zotten buiten beschouwing laten, dan is het voor de Paaseilander zo’n 2.400 kilometer roeien om eens echt de bloemetjes buiten te zetten.
 
En dat merk je. Het is hier een mengeling van Polynesiërs, Zuid Amerikanen, paarden, kakkerlakken en hoogbejaarde cruisegangers. En – als je iets beter kijkt – een bepaalde vorm van inteelt, wat niet anders kan als je met zo’n 2.000 inwoners zo’n twee en een half duizend kilometer van verse jachtvelden af zit.
 
Er hangt ook een ietwat geheimzinnige sfeer, alsof je als buitenstaander niet alles ziet het doek vooral half dicht blijft. Niet dat de blik van de gemiddelde eilandbewoner een hogere vorm van begrip laat zien, maar toch, we missen iets. Nu kan dat komen door het feit dat we hier op een atol zitten die door zowel Nederlanders, Spanjaarden en Chilenen is geclaimd maar door hen allen nooit meer naar is omgekeken. Of komt het door het feit dat er hier een landingsbaan van 3,4 kilometer ligt, door de Amerikanen aangelegd om er – in nood – de Spaceshuttle te laten landen, maar in praktijk vooral als landingsstrip voor spionagevliegtuigen uit de US. Kortom, iedereen fronst en knikt kort als een soort inspector Clouseau wanneer we ergens arriveren.
 
De fysieke afstand van de rest van de wereld blijkt ook uit de beschikbaarheid van verse etenswaren. Alles dat niet op het eiland voorhanden is (vis en kip), is in beginnende staat van ontbinding als het in Hanga Roa in de schappen belandt. Rotte tomaten, slijmerige uien en vleeswaren die ver over de datum zijn, we hebben het allemaal zien liggen. Gelukkig zijn we na al die maanden reizen iets minder kieskeurig en rommelen we wat aan. Nadat we een heel leuk restaurantje hebben ontdekt dat op loopafstand is, fantastische ceviche serveert en ook nog de mooiste zonsondergang van het eiland biedt, is ook het kookprobleem opgelost. Samen met de heerlijke ontbijtjes die Christophe iedere ochtend komt brengen hebben we absoluut geen klagen.
 
Het eiland zelf is intrigerend, het heeft de grootte van Texel en was ooit grotendeels begroeid met palmbomen. Een tropisch paradijs. Tot het moment dat de eilandbewoners besloten immens grote stenen beelden neer te zetten. Deze Moai zijn tussen de vier en tien meter lang en vanzelfsprekend behoorlijk zwaar. Naar schatting zijn er zo’n 1200 beelden gemaakt, voordat het werk om onduidelijke redenen is gestaakt (in de steengroeve is nog een beeld van 21 meter te zien dat half voltooid op zijn rug ligt). Om deze kolossen vanuit de steengroeve te verplaatsen naar de kust, waar ze met de rug naar de kust uitkeken over de dorpen, waren zoveel bomen nodig dat het eiland compleet is kaalgehaald. Dit heeft tot gevolg dat we tussen de slechts met gras begroeide heuvels van vulkanisch gesteente rijden om over het hele eiland verspreide beelden te zien. De meeste zijn in het verleden door de eilandbewoners omvergetrokken uit woede over mislukte oogsten, tsunami’s en stamoorlogen tussen de dorpen. Een bizar maar enorm intrigerend tafereel. Het is één van de meest bijzondere plekken waar onze reis ons brengt.
 
We ontmoeten op het eiland de Duitse familie Straub, die met zoon Nikolas en dochter Nina een jaar aan het reizen zijn. We doen twee keer een etentje met ze en krijgen van Andreas en Heike veel informatie over reisbestemmingen waar we nog niet zijn geweest. Mozambique, we krijgen er nu al zin in. De laatste twee dagen verblijven de franse Martin, Christine en hun zoons Juul en Elliot naast onze cabana, van hen krijgen we nuttige tips over Zuid Amerika.  Zij hebben hier 6 maanden rondgetoerd in hun vanuit Frankrijk verscheepte Landrover Defender en hebben zo’n 26.000 km achter de kiezen. Vol van de indrukken laten we ons door Christophe in alle vroegte op het vliegveld (slechts gate 1A en 1B, beide uitkomend op hetzelfde asfalt waarover je naar je vliegtuig moet lopen) afzetten voor onze vlucht naar Santiago de Chile. Al met al een hele bijzondere plek en een onvergetelijke ervaring.

donderdag, 29 maart 2012
Hanga Roa
Hanga Roa
Chili

Wil je reageren op een reisverslag? gebruik hiervoor het prikbord.